REVUE HOSPITALS.BE

HET VERPLEEGKUNDIG BEROEP IN CRISIS?
Een onderzoek naar het professioneel zelfbeeld van verpleegkundigen in de algemene Belgische ziekenhuizen en het belang hiervan voor de toekomst van het beroep

PAR
PROF. DR. KOEN MILISEN
Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap, K.U. Leuven en Dienst Geriatrie Universitaire
LIC. JOHAN BEULLENS
K.U. Leuven
PROF. DR ELISABETH DARRAS
U.C. Louvain
PROF. DR. BERNADETTE DIERCKX DE CASTERLÉ
K.U. Leuven
LIC. YANNICK DUBOIS
K.U. Leuven
LIC. SOPHIE LEONARD
U.C. Louvain
LIC. KAAT SIEBENS
K.U. Leuven

----------

ALGEMENE DOELSTELLING VAN HET PROJECT

Sinds oktober 2001 is het Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap van de Katholieke Universiteit Leuven, in samenwerking met de Université Catholique de Louvain, gestart met een door de federale overheid gesubsidieerd verpleegkundig project.

Dit project beoogt het professionele zelfbeeld van verpleegkundigen in de dagelijkse ziekenhuispraktijk in kaart te brengen. Op deze manier wil men zicht krijgen op de specifieke plaats, rol en bijdrage van verpleegkundigen in de huidige en toekomstige gezondheidszorg en hierbij aansluitend aanbevelingen formuleren voor de toekomst van het beroep.


VERANTWOORDING VAN HET ONDERZOEK

Uit verschillende internationale studies (Beckmann et al., 1998, Bednash, 2000, Buerhaus et al., 1997, Buerhaus et al., 2000, Coffman et al., 1999, Plati et al., 1998, Spurgeon, 2000) en uit eigen praktijkervaring wordt een schaarste in het verpleegkundig beroep aangegeven. In essentie gaat het niet alleen om een tekort aan verpleegkundigen in aantal, maar ook om een toegenomen vraag naar 'gekwalificeerd' personeel (Johnson, 2000).

Meestal worden oplossingen naar voor geschoven zoals het terug aantrekken van mensen die het beroep verlaten hebben, het verhogen van de mix in deskundigheid, het effectiever gebruik van parttime werkkrachten, en meer recent het attractiever maken van de verpleegkundige opleiding voor jonge geïnteresseerden (Bradshaw 1999). In België heeft het sociaal akkoord van 1 maart 2000 onder andere geleid tot en aanzet gegeven voor harmonisering en herziening van barema's, vermindering en aanpassing van de arbeidsduur, begeleiding van stagiairs, intreders en herintreders, vormingsprojecten voor verpleegkundigen. Aan de hand van deze structurele en financiële maatregelen beoogt men het beroep te promoten met nadruk op rekrutering en imago van de verpleegkundige professie. De vraag stelt zich echter of deze maatregelen alleen voldoende lange termijneffecten garanderen.

Deze maatregelen dienen immers gesitueerd te worden in de bredere en steeds veranderende context waarbinnen professionals hun zorgopdracht moeten realiseren. Cliënten worden kritischer en mondiger en eisen steeds meer kwaliteit van zorg. De dominantie van de kostenbeheersing heeft daarenboven maatregelen geïntroduceerd die soms op gespannen voet staan met de professionele waarden (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2000). Van verpleegkundigen wordt onder andere verwacht vaker en effectiever te delegeren aan lager geschoold personeel (Buerhaus et al., 1997), of prioriteiten te stellen in de zorg aan hun patiënten omdat er onvoldoende tijd is om aan alle zorgaspecten ('totale' patiëntenzorg) aandacht te besteden. Ook het verkorten van de verblijfsduur en de toename van het afhankelijkheidsniveau van patiënten stellen aan de verpleegkundigen andere en hogere eisen. Tot slot nemen de verantwoordelijkheden van verpleegkundigen toe onder invloed van het toenemend gebruik van informatiesystemen en nieuwe technologie, het delegeren van medische activiteiten, specialisatie in de verpleegkunde,… (Buerhaus et al., 1997). Dit alles, tezamen met het reeds bestaande tekort aan verpleegkundigen, leidt dan ook tot een zorgverleningcontext waarin verpleegkundigen voor een uiterst moeilijke en complexe opdracht staan (Bradshaw, 1999).

Recent onderzoek geeft aan dat sommige van bovenstaande evoluties en in het bijzonder de structurele en financiële maatregelen, door verpleegkundigen zelf gepercipieerd worden als een aantasting van de verpleegkundige professionele status, een aantasting van de kwaliteit van de verpleegkundige-patiënt relatie (leidend tot een verminderde arbeidsvoldoening) en een bedreiging van de fierheid over het beroep (Mills et al., 2000). Maatregelen nemen zonder rekening te houden met wat verpleegkundigen als fundamenteel beschouwen in hun beroepsuitoefening heeft dan ook ernstige gevolgen voor het aantrekken en behouden van verpleegkundigen in een tijd van schaarste (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2000; Mills et al., 2000).

Deze redenering is des te belangrijker in een tijd waarin de eigenwaarde van het verpleegkundig beroep op een laag niveau wordt ingeschat (Fabricius, 1999). Het vroegtijdig verlaten van het beroep (Spurgeon, 2000), de toegenomen vraag naar deeltijds werk (Deschamps en Pacolet, 1998), het stijgend aantal verpleegkundigen die overwegen het beroep te verlaten (Bradshaw, 1999), alsook het sterk conformistisch gedrag van verpleegkundigen (Dierckx de Casterlé, 1997) zijn mogelijke uitingen van deze algemene malaise in de verpleegkunde. Nog meer verontrustend is de vaststelling dat in het onderzoek van Mills et al. (2000) bijna de helft van verpleegkundigen niet meer opnieuw zou kiezen voor het verpleegkundig beroep of anderen het beroep niet zouden aanraden. Verder blijkt ook dat het publiek en in het bijzonder jongeren een negatief beeld en een gebrekkige kennis hebben over wat verpleegkundigen doen (Foong et al., 1999) en dat, ondanks hun bewondering voor het beroep, weinigen de verpleegkundige beroepsgroep benijden of de wens hebben om zelf een verpleegkundige te worden (Hemsley-Brown, 1999).

Een positief eigenbeeld en de uitstraling daarvan is dan ook van uitermate belang voor de toekomst van het beroep. Een versterking van de eigenwaarde van de verpleegkunde vergroot m.a.w. de mogelijkheid om positief in te spelen op externe omstandigheden (zijnde de schaarste) (Fabricius, 1999) en oefent hierdoor een meer fundamentele invloed uit dan de structurele maatregelen.

Het professioneel zelfbeeld van de verpleegkundigen geeft niet alleen aan hoe ze naar zichzelf kijken, maar ook hoe anderen (inclusief artsen, andere gezondheidswerkers en patiënten) zich verhouden tot verpleegkundigen, en hoeveel verantwoordelijkheid en empowerment de verpleegkunde heeft (Davidhizar, 1998). De kracht om verantwoordelijkheid in de zorg van de patiënt op te nemen en om beleidsbeslissingen te beïnvloeden is op complexe wijze verbonden met het beeld dat verpleegkundigen hebben over hun eigen werk. Het maatschappelijk beeld, dat mede deze kracht bepaalt, staat m.a.w. niet los van het beeld dat de verpleegkundige professie uitstraalt.

Een effectieve aanpak van de crisis in de verpleegkunde, inclusief de problematiek van schaarste, vergt m.a.w. expliciet aandacht voor die essentiële aspecten die aan de verpleegkunde haar inhoud, structuur en kracht geven in deze turbulente zorgomgeving (Kitson, 1996). Onderhavige studie heeft als doel deze essentiële aspecten in beeld te brengen door te onderzoeken hoe ziekenhuisverpleegkundigen (vanuit verschillende posities en velden) hun specifieke plaats, rol en bijdrage in de huidige en toekomstige gezondheidszorg percipiëren. Het in beeld brengen van (mogelijke) verschillen tussen het ideaal en feitelijk beeld dat verpleegkundigen hebben, evenals het verklaren van deze (mogelijke) kloof zal bijdragen tot een genuanceerd inzicht in de eigenwaarde van het verpleegkundig beroep en de mogelijkheden om hierop positief in te spelen.

Methodologie om de algemene doelstelling te verwezenlijken

Dit onderzoek omvat 3 luiken:

  1. Ontwikkelen van een meetinstrument:
    A. Literatuurstudie van nationale en internationale publicaties.
    B. Kwalitatief onderzoek door gebruik van focusgroepen en/of semi-gestructureerde interviews. In deze fase zullen verpleegkundigen geïnterviewd worden die nog steeds in het beroep zijn, alsook verpleegkundigen die het beroep verlaten hebben. Bij de samenstelling van de steekproef zal die diversificatie nagestreefd worden die uit literatuur als relevant naar voor komt (purposive sampling).
    C. Op basis van A en B zal een meetinstrument ontwikkeld worden.

  2. Uitvoeren van een survey (descriptief correlationeel onderzoek)
    In totaal zullen een 20-tal ziekenhuizen gevraagd worden deel te nemen aan de survey. Om een representatieve steekproef van Belgische ziekenhuizen te genereren, zal gestratifieerd worden naar geografische ligging van het ziekenhuis en type ziekenhuis.
    Binnen ieder geselecteerd ziekenhuis zal voor een aantal zorgdomein een representatieve steekproef van verpleegkundigen getrokken worden.
    De hoofdverpleegkundigen van de betrokken verpleegkundigen zullen aangeleerd worden de vragenlijst correct te laten invullen door de verpleegkundigen werkzaam op hun afdeling. Verder zullen de hoofdverpleegkundigen zelf en het verpleegkundig management van het ziekenhuis gevraagd worden het instrument in te vullen.

  3. Data-analyse en uitschrijven rapport
    Bij de analyse van de gegevens zal rekening gehouden worden met demografische kenmerken en werkomstandigheden. Demografische variabelen zijn o.a. geslacht, burgerlijke status, locatie in een stedelijk of landelijk gebied, graad van opleiding. Kenmerken gerelateerd aan het werk zijn o.a. aantal jaren ervaring als verpleegkundige, huidige positie (bedside-verpleegkundige, hoofdverpleegkundige, verpleegkundig manager,…), verpleegkundig zorgmodel gehanteerd op de afdeling (taak-, geïntegreerde teamverpleegkunde,…), duur van tewerkstelling, tewerkstellingsstatus (voltijds, deeltijds,…), shifts, jaarlijks salaris.
    Op basis van de gegevens zal een rapport worden uitgeschreven met aanbevelingen voor de toekomst van het beroep naar de ziekenhuizen en de overheid toe.


BIBLIOGRAFIE

BECKMANN U., BALDWIN I., DURIE M., MORRISON A., SHAW L.: Problems associated with nursing staff shortage: an analysis of the first 3600 incident reports submitted to the Australian Incident Monitoring Study (AIMS-ICU). Anaesth Intensive Care. 1998, 26(4): 396-400.

BEDNASH G.: The decreasing supply of registered nurses: inevitable future or call to action? JAMA. 2000, 283(22): 2985-7.

BRADSHAW Pl.: A service in crisis? Reflections on the shortage of nurses in the British National Health Service J Nurs Manag. 1999, 7(3): 129-32.

BUERHAUS PI., STAIGER DO.: Future of the nurse labor market according to health executives in high managed-care areas of the United States. Image J Nurs Sch. 1997; 29(4): 313-8.

BUERHAUS PI., STAIGER DO., AUERBACH DI.: Implications of an aging registered nurse workforce. JAMA. 2000, 283(22): 2948-54.

COFFMAN J., SPETZ J.: Maintaining an adequate supply of RNs in California. Image J Nurs Sch. 1999, 31(4): 389-93.

DAVIDHIZAR R.: Impressions count. J Pract Nurs. 1998, 48(2): 20-4.

DESCHAMPS M., PACOLET J.: Vraag en aanbod van verpleegkundigen en het verpleegkundig werk in de Vlaamse Gemeenschap. Samenvatting van de gelijknamige studie in opdracht van het Sociaal Fonds voor de Privé-Ziekenhuizen en met co-financiering van het Europees Sociaal Fonds, 1998.

DIERCKX DE CASTERLÉ B.: Ethische dimensie van de zorg. Acta Hospitalia 1997, 37(4), 5-18.

FABRICIUS J.: The crisis in nursing: reflections on the crisis. Psychoanalytic Psychotherapy. 1999, 13(3), 203-6.

FOONG AL., ROSSITER JC., CHAN PT.: Socio-cultural perspectives on the image of nursing: the Hong Kong dimension. J Adv Nurs. 1999, 29(3): 542-8.

HEMSLEY-BROWN J., FOSKETT NH.: Career desirability: young people's perceptions of nursing as a career. J Adv Nurs. 1999, 29(6): 1342-50.

JOHNSON JE.: The nursing shortage: from warning to watershed. Appl Nurs Res. 2000, 13(3): 162-3.

KITSON AL.: Does nursing have a future? BMJ. 1996, 313(7072): 1647-51.

MILLS AC., BLAESING SL., A lesson from the last nursing shortage: the influence of work values on career satisfaction with nursing. J Nurs Adm. 2000, 30(6): 309-15.

PLATI C., LEMONIDOU C., KATOSTARAS T., MANTAS J., LANARA V.: Nursing manpower development and strategic planning in Greece. Image J Nurs Sch. 1998, 30(4): 329-33.

Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Professionals in de gezondheidszorg. Rapport voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nederland, 2000.

SPURGEON D.: Canada faces nurse shortage. BMJ. 2000, 320(7241): 1030.

REVUE HOSPITALS.BE
[2001/4/No247]