| TITEL I | Algemene bepalingen |
| Hoofdstuk I | Doel en toepassing van de Code |
| Hoofdstuk II | Algemene plichten van de geneesheer |
| Hoofdstuk III | Reclame |
| Hoofdstuk IV | Cliënteel |
| Hoofdstuk V | Geneeskundig kabinet |
| TITEL II | De geneesheer ten dienste van de patiënt |
| Hoofdstuk I | Geneesheer-patiëntverhouding |
| Hoofdstuk II | Kwaliteit van de verzorging |
| Hoofdstuk III | Het medisch dossier |
| Hoofdstuk IV | Heelkunde |
| Hoofdstuk V | Beroepsgeheim van de geneesheer |
| Hoofdstuk VI | Erelonen |
| Hoofdstuk VII | Problemen in verband met de voortplanting |
| Hoofdstuk VIII | Experimenten op mensen |
| Hoofdstuk IX | Het naderende levenseinde |
| TITEL III | De geneesheer ten dienste van de gemeenschap |
| Hoofdstuk I | Sociale en economische verantwoordelijkheid van de geneesheer |
| Hoofdstuk II | Preventieve geneeskunde |
| Hoofdstuk III | Continuïteit van de verzorging, wachtdiensten en dringende medische hulp |
| Hoofdstuk IV | De geneesheer als adviseur, controleur, deskundige of ambtenaar |
| Hoofdstuk V | Gerechtelijke geneeskunde |
| TITEL IV | Verhouding tussen geneesheren
| Hoofdstuk I |
De collegialiteit |
Hoofdstuk II |
Behandelende geneesheer en consulent |
Hoofdstuk III |
De plaatsvervangende geneesheer |
Hoofdstuk IV |
Geneesherenassociaties en -vennootschappen |
|